Nederlandse verhalen


Met mijn jas nog aan hol ik naar de pc. Ik vind het heerlijk om weg te vluchten in mijn virtuele leven. Ik hoop dat hij er al is.
Your New Life start traag op. Ik moet wachten op de update van de nieuwste versie. Ongeduldig spat ik in de badkamer wat water tegen mijn gezicht, woel met natte handen door mijn korte donkere haar en denk aan mijn online lover. Mannen houden van vrouwen met lang blond haar zeggen ze. ‘Pech gehad,’ grijns ik tegen mijn spiegelbeeld.
Terug bij de pc staat mijn avatar op me te wachten. Mijn lover is nog niet online. Overwerk misschien, of zijn vrouw. Misschien moet hij zijn kinderen ophalen. Om de tijd te doden vlieg ik wat rond in het sprookjesbos, klets met een paar vampiers en spring met een parachute van de Eiffeltoren.
Dan valt mijn oog op een nieuw menu-item

PERFECTIONEER JE LOVER

Met de nieuwe knop kan ik mijn partner veranderen. Ik moet lachen. Mijn lover is al perfect. Hij is intelligent, romantisch, attent. Hooguit zijn avatar, dat moet ik toegeven, hij ziet eruit als een nerd. Ik begin te klikken en binnen vijf minuten heeft hij het uiterlijk van een gespierde adonis.
Ineens zie ik

ECHTE LEVEN

Ik klik en een hele lijst opties verschijnt. Nu wordt ik pas echt enthousiast. Ik verwijder zijn drukke baan en verander hem in een multi-miljonair. Met vier klikken verdwijnen zijn vrouw en kinderen in de prullenbak. Tevreden leun ik achterover: nu heeft hij meer tijd voor mij.
Nog geen seconde later is hij online. ‘Hallo schatje’, lees ik in mijn chatbox, ‘ik heb je gemist.’ Hij slaat zijn sterke armen om me heen en ik duw mijn avatarneus tegen zijn brede borstkas.’
‘Hoe was je dag?’ type ik.
‘Ik was de hele dag op de golfbaan,’ typt hij terug en begint te vertellen over zijn hole-in-one. Ik vraag naar zijn nieuwe project maar hij antwoordt niet. Ik realiseer me dat hij geen baan meer heeft. Hij begint een gedetailleerde verhandeling over de verhouding tussen de balsnelheid en de graslengte. Mijn gedachten dwalen af, ik check mijn e-mail. Mijn lover merkt niets, hij gaat inmiddels helemaal op in een betoog over de wegligging van zijn Cabrio. Ik loop even weg om een wijntje te halen. Als ik terugkom lees ik:
‘Waarom kom je niet hierheen? Laat ik je mijn landgoed zien.’
Van schrik mors ik wijn op mijn toetsenbord.
‘Ik kan niet zomaar weg’, zeg ik, ‘druk, deadline, snap je.’
‘O maar liefje,’ zucht hij, ‘werken hoeft niet meer, ik geef je alles wat je wilt. Morgen stuur ik mijn privévliegtuig, om je op te halen.’
Mijn hart klopt nu als een razende in mijn keel. Met trillende handen type ik: ‘Ik moet gaan slapen, het is laat. Kusjes.’ Voor hij kan reageren log ik uit.
Verdwaasd blijf ik nog een paar minuten naar het grijze scherm staren. Dan sta ik op, trek mijn pyjama aan en slof naar de badkamer.
Ik kijk in de spiegel.
Gedachteloos haal ik mijn vingers door mijn lange blonde haar.

=======================================

©Anneke Klein, August 14, 2010 in Nederlandse verhalen | 2 Comments » Tweet This Post

Anna borg cederhouden dodenmaskers en feestelijk gekleurde heiligenbeeldjes in Jusses kast.

Lollige maar nogal onbeduidende prullaria, quasispirituele rommel, slappe troep uit verre werelddelen.

X-factorloze yogibende.

Zinloos.

=======================================

©Anneke Klein, July 23, 2010 in A-Z, Alfabetverhaal, Nederlandse verhalen | 6 Comments » Tweet This Post

Vandaag zat ik onder een tegel. Ik had behoefte aan een plekje voor mij alleen en ben uiteindelijk daar terecht gekomen; een losliggende tegel in een verzakt gedeelte van een voetpad. Ik had een paar wormen en pissebedden verwacht en misschien wel een enkele oorwurm, maar er zat niks. Heerlijk. Zodra het begon te regenen werd me duidelijk waarom. Al het water verzamelde zich boven en onder deze tegel en zakte op het diepste punt verder de grond in. Ik zakte langzaam maar zeker mee tot ik uiteindelijk uitkwam in het grondwater. Daar dobber ik nu nog steeds. Zo nu en dan passeer ik een andere ziel die ook niets liever wilde dan vandaag even alleen zijn, teruggetrokken onder een tegel. We groeten elkaar beleefd en verder houdt hier gelukkig iedereen zijn mond.

=======================================

©Andries Wijnker, July 21, 2010 in Nederlandse verhalen | 3 Comments » Tweet This Post

‘Ga nooit met vreemde mannen mee,’ zei mijn vader altijd, en ‘wees voorzichtig in het verkeer.’ Ik was klein en gehoorzaam, en had nog niets te kiezen. Behalve een verhaal uit het grote verhalenboek waar hij me elke avond uit voorlas. ‘Jij en ik,’ zei hij als het verhaal uit was. ‘Ik en jij’ zei ik dan.

Nu ben ik groot, en alleen, en de man naast me ziet er aardig uit. Grijze ogen en grijs aan de slapen. Manchetknopen. We drinken een Leffe en nog één. Buiten sneeuwt het. Nu nog terugrijden naar Amsterdam is niet verstandig. Ik heb wat te kiezen. Een hotel zoeken of op zijn uitnodiging ingaan.

Zijn huis staat in één van die leuke kleine straatjes van het oude deel van Brugge. Hij houdt de deur voor me open. Ik stamp de sneeuw van mijn schoenen op de groene deurmat. ‘Dit is Alewijn,’ zegt hij als we de huiskamer binnenlopen. Een hamster staakt zijn tocht in de tredmolen en kijkt me met donkere oogjes aan. ‘Hallo Alewijn,’ zeg ik.

‘Het is hier koud hè,’ zegt hij en wrijft met zijn handen over mijn armen op en neer. ‘Laten we lekker in bed kruipen.’ Hij pakt een stok met een haak en trekt een luik in het plafond open. Een opgeschoven trap verschijnt. ‘Vlizotrap,’ zegt hij terwijl hij de trap uitschuift. ‘Handige uitvinding voor als je weinig ruimte hebt zoals ik.’ Met een handgebaar laat hij me voorgaan.

De zolder is klein met schuine wanden. Ik moet onder een balk door duiken om bij het bed te komen en ga op de rand zitten. Uit de onderste la van een dressoir haalt hij een pyjama en geeft die aan mij. ‘Trek die maar aan,’ zegt hij, ‘ik heb hier geen kachel. Kruip er maar vast in. Ik haal beneden wat te drinken.’

Ik trek m’n kleren uit en de pyjama aan. Flanel, een beetje vaal met verbleekte rozen. Het bed is koud, ik leun tegen de kussens en trek de dekens op tot mijn kin.
Even later komt hij boven met twee bekers warme chocolademelk, geeft er één aan mij en zet de andere op het nachtkastje.

Ik kijk naar hem als hij zich uitkleedt. Naar het kleine plukje borsthaar, zijn knieën die een beetje uitsteken. Hij trekt ook een flanellen pyjama aan, één met lichtblauwe streepjes, en gaat naast me liggen. Pakt zijn beker en houdt hem even tegen de mijne.
‘Proost’, zegt hij. ‘Ik heb verlangd naar een moment als dit.’ Hij glimlacht.
‘Proost’, zeg ik terug.
Zijn hand pakt de mijne en we liggen even in stilte naar de balken te kijken. Dan zegt hij: ‘Hou je van Tsjechov?’ Ik knik. Hij begint te lezen.

De vlinder.
Al Óljga Iwánowas’s vrienden en goede bekenden waren op haar bruiloft
.

Hij heeft een mooie stem. Ik zak nog dieper onder de dekens, doe mijn ogen dicht en luister.

=======================================

©Anneke Klein, July 4, 2010 in Nederlandse verhalen | 2 Comments » Tweet This Post

Ik wandel het tuinpad op en zie naast de tegels een rijtje kruisjes staan, gemaakt van takjes en een touwtje. Eén, twee, drie, …, twaalf kruisjes. Elk bij een hoopje aarde. Twaalf? Ik blijf verwonderd staan, maar dan ineens rinkelt een belletje. Snel loop ik naar de voordeur en laat mijzelf binnen. Ik geef mijn vriendin een kus en zij knikt zwijgend naar mijn aquarium. Aan de bak hangt een papiertje, maar het is niet de tekening die ik daar vandaag had verwacht. Het spijt me pap staat erop. Ik kijk in de bak en zie dat deze is gevuld met frambozenlimonade. Ik zucht en schud mijn hoofd maar kan tegelijkertijd een glimlach niet onderdrukken.

‘Hij is boven?’ vraag ik.

Ze knikt en zegt ‘Hij is uit zichzelf al vroeg naar bed gegaan.’

Ik loop de trap op en open voorzichtig zijn kamerdeur. Nog net zie ik hoe hij diep wegkruipt onder zijn dekbed. Ik ga op de rand van zijn bed zitten en zoek naar woorden. Op het tafeltje naast zijn bed ligt een tekening die hij gisteren al gemaakt had. Een tekening van twaalf vrolijke vissen met de tekst ‘Gefeliciteerd met dierendag lieve vissen, HOERA!’

=======================================

©Andries Wijnker, June 14, 2010 in Nederlandse verhalen | 2 Comments » Tweet This Post

Onderweg naar huis haalde ik een elfje in. Het zigzagde vlak boven de stoep en schuurde af en toe met zijn buik over de grond. Op een onoplettend moment knalde het hard tegen een lantaarnpaal en maakte een slechte landing. Even lag het daar stil op de grond, op zijn rug, staarde naar boven en hikte. Beter bekeken bleek het in zijn groene maillotje te hebben geplast. In zijn hand een fles jenever.

‘Waar moet dat heen met deze wereld!’ bralde het naar de muggen die boven hem om de lamp dansten en spuugde direct daarna zijn truitje onder.

Hoofdschuddend fietste ik verder en vroeg mij hetzelfde af.

=======================================

©Andries Wijnker, May 23, 2010 in Nederlandse verhalen | 1 Comment » Tweet This Post

Niet dat ik eenzaam ben. Nu Sjef weg is merk ik hoe heerlijk het is verlost te zijn van zijn eeuwige kritiek, de verplichte feestjes en de kledingtips van zijn moeder. Ik geniet ervan om mijn eigen gang te kunnen gaan.
Alleen, af en toe knaagt er iets. Een vaag verlangen. Ik mis bewondering en romantiek.

Dat ik niet de enige ben ontdek ik op de datingsite friendshipsallovertheworld.com. Vriendschap zonder grenzen wordt hier vooral opgevat als: ontmoet lekker anoniem, veilig en zonder sores, de andere sekse.

De mannen presenteren zichzelf vol enthousiasme. Er zijn vele sterke schouders om op te leunen en integere persoonlijkheden. Dan valt mijn oog op ‘I’m always honest. I like to romance womens.’ Als ik zijn profielfoto zie schiet ik in de lach. George Clooney, met als onderschrift: ‘What else?’

Hij is galant en amusant. ‘Online ben ik Casanova,’ legt hij uit in gebroken Engels. ‘Het is fantasie, een spel.’ Casanova is 41, leraar scheikunde in een Frans provinciestadje, met een lieve echtgenote, een gezonde tweeling en voor de spanning de vrijwillige brandweer. Een perfect leven, maar toch. Iedere avond, tussen elf en twaalf, als zijn vrouw al slaapt, is hij Casanova op internet. Op zoek naar bewondering en romantiek.

Hij vertelt over zijn reizen van vroeger, ik vertel dat ik schrijf. Hij stuurt me een foto van zijn motor, ik spreek mijn bewondering uit. Ik vertel dat Sarkozy hier de krant heeft gehaald, vanwege zijn vakantie op een dure zeiljacht. Hij prijst mijn kennis van de Franse politiek.
Op een dag bekent hij dat hij over mij fantaseert. Deze gevoelens overvallen hem nogal. ‘Wat fantaseer je dan?’ vraag ik. ‘Dat je meegaat achterop mijn motor,’ zegt hij.
In mijn mailbox vind ik nu iedere ochtend rozen en tedere Franse en Engelse kussen. Mijn fantasie vervangt de motortocht door een rendez-vous in een auto met open dak.

Dan stuurt hij zijn foto. Vriendelijk gezicht,  brede middenscheiding, buikje. Voort wat hoort wat. Ik antwoord met een foto van mezelf. Het is het einde van het rozenseizoen.

Twee maanden later krijg ik een e-mail. Of hij me mag bellen, iets persoonlijks. ‘Ik kan er met niemand over praten, alleen met jou.’ Hij vertelt dat hij verliefd is geworden. Een vrouw uit Duitsland, getrouwd, twee kleine kinderen. ‘We hebben zoveel gemeen, we bellen elke avond, stiekem. Nee, we hebben geen foto’s uitgewisseld.’ Hij lacht. ‘De magie van de fantasie,’ zegt hij.

Als ik na tijden weer eens inlog op friendshipsallovertheworld.com zie ik dat zijn account is verdwenen. Ik mail hem, uit nieuwsgierigheid. ‘Het werd me allemaal te veel,’ schrijft hij terug, ‘ik wil me niet meer zo laten meeslepen. Ik ben gelukkig getrouwd. Lach niet, maar ik heb nu een account als vrouw op lesbianfriendsallovertheworld.com. ’s Avonds lig ik in de virtuele armen van Svetlana uit Litouwen. Een stuk veiliger.’
Ik zoek lesbianfriendsallovertheworld.com op. ‘Nog geen half jaar na oprichting al een gigantisch succes,’ staat er. In gedachten zie ik Svetlana grijnzend een pilsje opentrekken.

=======================================

©Anneke Klein, May 8, 2010 in Nederlandse verhalen | No Comments » Tweet This Post

‘Meester, ik heb een vlinder getekend.’

Ik staar naar het lege vel dat voor hem op tafel ligt.

‘Een vlinder? Maar ik zie helemaal niks.’

‘Nee, niet daar,’ lacht hij alsof ik iets heel doms gezegd heb.

Ik draai het velletje om.

‘Waar dan?’

‘Hier.’

Met zijn wijsvinger in de lucht staart hij mij verwachtingsvol aan.

‘Waar dan?’ vraag ik nogmaals.

Hij kijkt opzij, trekt een beteuterd gezicht en kijkt dan het lokaal rond.

‘Net was hij er nog,’ zucht hij en haalt zijn schouders op. ‘Weggevlogen.’

‘Als je nou eens net zo’n vlinder tekent op je papier, dan kun je hem straks laten zien.’

‘Dat doe ik echt niet meneer.’

‘Pardon?’

‘Als ik een vlinder vang, dan kan hij nooit meer vliegen.’

‘Vangen? Nee, ik zei tekenen.’

‘Tekenen op papier is vangen meneer. Als hij eenmaal op papier staat kan hij niet meer weg.’

Ik denk even na. Het is een wijs kereltje maar hij zal toch zijn tekening moeten maken. Met zijn fantasie is niks mis, maar hij vindt altijd weer een uitvlucht. Een bijzondere, maar toch.

‘Maar het is natuurlijk geen echte vlinder hè? Ze kunnen niet echt vliegen.’

‘Omdat ze op papier staan,’ zucht hij en draait met zijn ogen.

‘Omdat ze van inkt zijn,’ zeg ik nu wat ongeduldig. ‘Ze kunnen niet vliegen.’

‘Oh nee? En waar is deze dan gebleven?’ Hij wijst weer naar de lege plek in de lucht en kijkt dan naar de grond, of hij daar misschien ligt. Niks. Hoofdschuddend loop ik terug naar mijn bureau.

*

Alleen zijn tekening moet nog een beoordeling maar dat is niet te doen. Zijn velletje is leeg. Moet ik hem weer een onvoldoende geven? Op mijn bureau ligt een stift die mij uitdagend lijkt aan te kijken. Na enige twijfel pak ik hem op en zet een paar lijnen in de lucht. Ik teken twee vleugels, een lijfje en voelsprieten. Mijn hart begint sneller te kloppen en een tinteling trekt door mijn lichaam. Met grote ogen kijk ik naar mijn nieuwe creatie en houd mijn adem in. Een paar seconden en dan… dan valt hij op de grond en liggen de lijnen kris kras door elkaar. Niks lijkt meer op mijn vlinder. Ik zucht en lach om mijn eigen naïviteit. Ze  kunnen niet vliegen. Helaas wel weer een onvoldoende.

=======================================

©Andries Wijnker, May 7, 2010 in Nederlandse verhalen | No Comments » Tweet This Post

‘Dus ik kom niet in aanmerking voor deze functie?’ Onzeker sta ik voor het bureau.

‘Nee meneer, we zoeken iemand die van aanpakken weet, een echte duizendpoot’

‘Maar ik ben veelzijdig en niet vies van hard werken,’ opper ik in een laatste poging.

‘Een echte duizendpoot meneer, een echte zeg ik toch?!’

Ik besef dat ik geen enkele kans maak, sta op, recht mijn vleugels en vlieg met gebogen hoofd de kamer uit.

=======================================

©Andries Wijnker, April 29, 2010 in Nederlandse verhalen | 2 Comments » Tweet This Post

Ik ben Jacob. Ik ben opgehouden met iets te doen. Vroeger deed ik wel dingen, vandaar dat ik spreek van opgehouden. Ik weet niet echt hoe het kwam, of met welke reden, maar op een ochtend is het gestopt. Ik werd wakker, en in plaats van op te staan bleef ik liggen. Op mijn werk zullen ze me gemist hebben, niet meteen misschien, maar na een paar dagen kreeg ik een e-mail van mijn chef:

Hoi Jacob,
We hebben je al een paar dagen gemist,  kun je even laten weten wat er aan de hand is. Ben je ziek?
de Chef

Ik wilde antwoorden dat ik gestopt was met dingen doen, maar ik besefte dat om te kunnen stoppen je iets moet doen. Om te kunnen stoppen met dingen moet je ze afhandelen.

Ik antwoordde:

Hoi Chef,
Ik ben niet goed in afhandelen.
Groet,
Jacob

=======================================

©Anneke Klein, April 27, 2010 in Nederlandse verhalen | 3 Comments » Tweet This Post

Het is een verjaardag als alle andere totdat om acht uur de bel gaat. Ik herken hem meteen. ‘Ha ha,’ roept hij, ‘de verjaardag van mijn kleine zusje kon ik niet voorbij laten gaan. Je wordt maar één keer 47.’ Met zijn grote handen pakt hij mijn armen beet, drukt me tegen zijn borst en duwt me weer terug. ‘Laat me eens kijken,’ zegt hij. ‘Geen spat veranderd in 22 jaar, en nog niet eens grijs.’ Hij drukt me weer tegen zich aan. Stoppels schuren over mijn wang.

‘Ik had wat mee willen nemen, maar ja,’ zegt hij. Voordat ik wat kan zeggen, loopt hij de gang door, de kamer in. Alsof hij hier vorige week nog was. Het gesprek in de kamer valt onmiddellijk stil als een tableau vivant. Armgebaren en koffiekopjes hangen in de lucht. Alle ogen gericht op de man bij de deur.

‘Pa, ‘t is Dré,’ doorbreekt Willem de stilte. Als was het een teken loopt Dré op Pa en Willem af en slaat ze ombeurten op de schouders. ‘Tsjonge, wat goed om jullie te zien’, zegt hij. ‘En jij moet Willems vrouw zijn.’ Hij omhelst Ria en geeft haar twee dikke zoenen. ‘Wat verdomde goed om jullie te zien.’

Stijn en Jelle zitten in hun pyjamaatjes op de bank het hele tafereel met grote ogen en open monden te volgen. ‘ Het is oom Dré,’ probeer ik uit te leggen. Mijn stem klinkt hees.
Dré draait zich nu naar de jongens. ‘Jullie zijn mijn neefjes’, roept hij en houdt zijn armen uitnodigend open. Jelle duikt tegen Stijn aan. ‘We mochten nog even opblijven omdat mamma jarig is,’ zegt Stijn. ‘Enorme kerels zijn jullie al,’ zegt Dré. ‘Magnefiek. Wat een banjers.’ Hij buigt zich voorover, zijn gezicht vlak voor de jongens. ‘Wie gaat er mee ijs halen?’

Ik open mijn mond om te protesteren. Dan klinkt de stem van Pa.

‘Het is laat.’

Hij staat nu vlak achter Dré.

‘Ach kom,’ zegt Dré, nog steeds over de jongens gebogen, ‘het is pas acht uur. Het is toch feest, en het zijn al flinke kerels.’

‘Het is laat,’ zegt Pa nu wat luider. ‘Te laat.’

Dré komt omhoog op en draait zich om. Pa kijkt Dré met opgeheven gezicht aan. Zijn kin trilt maar zijn stem klinkt helder.

‘Je moeder heeft altijd volgehouden dat je terug zou komen Dré, twintig jaren heeft ze in je geloofd. Ik sprak haar niet tegen. Vlak voordat ze stierf zei ze tegen me: “Jij wist het wel Simon, dat hij niet meer zou komen. Ik heb het nooit willen weten.”’

Pa’s blik blijft gefixieerd op Dre’s ogen, zijn kin is gestopt met trillen.

‘Je moest maar gaan Dré.’

Zonder ons aan te kijken draait Dré zich om en loopt de deur uit. Ik kijk hem na door het raam en zie hoe hij zijn pas inhoudt aan het eind van de straat. Een ogenblik staat hij stil. Dan verdwijnt hij de hoek om.

=======================================

©Anneke Klein, April 19, 2010 in Nederlandse verhalen | 3 Comments » Tweet This Post

Liam had het weer eens geflikt. Voor een Ier kon hij toch echt niet tegen zijn drank. Het is Paaszondag, heel erg vroeg op Paaszondag, en ik zit op het politiebureau te vloeken, te verwensen, maar vooral ook te mokken. De agenten hebben er al evenmin zin in. Waarschijnlijk hadden ze liever in de kerk gezeten, ouwe katholieken tot op het bot.

Het was best gezellig begonnen in een kroegje in Temple Bar, waar anders? Liam stond weer eens te flirten met een meisje. Ze was hoerig gekleed, maar niet erger dan de rest.
Overdag was ze vast een net meisje dat literatuur studeerde aan Trinity College, misschien rechten. Toen stevende er ineens een jongen op ze af. Niet bepaald een kleerkast, meer het type dat je hier op elke straathoek ziet: trainingsbroek, capuchontrui, voetbalschoenen en kort, plat haar.

Hij dacht er vast niet eens bij na toen hij Liam bij z’n schouder greep. Zulke dingen doe je niet als je er bij nadenkt. De jongen ontmoette Liams elleboog in zijn gezicht, puur reflex. Het meisje begon meteen te schreeuwen, `Tadgh! Jij stomme idioot!’. De jongens hoorden het niet, Liam en Tadgh hadden inmiddels al hun aandacht bij elkaar.
Het liep natuurlijk weer vrij snel uit de hand. Gelukkig waren de kroegbaas en wat vaste barhangers zo ervaren om de jongens naar buiten te werken zonder al teveel kleerscheuren. De politie hebben ze vast niet eens gebeld, normaal loste dit soort dingen zichzelf wel op. Liam ging alleen meer door het lint dan normaal en die Tadgh kon nog best goed vechten. Het meisje, Catherine, deed haar voorouders eer aan door gewoon op beide mannen in te meppen, al hielp dat niet veel. Zelf durfde ik niet in te grijpen, ik kende Liam langer.

Verbazend genoeg wist Catherine hem uiteindelijk tot bedaren te brengen, maar tegen die tijd lag de arme Tadgh al bewusteloos op de grond, zijn halve gezicht open. Het zag er slecht uit. Liam was bebloed, bezweet, vies en stond te hijgen van de inspanning. Eigenlijk…nee! Foute gedachte!
Tot overmaat van ramp bleek Tadgh Catherines broertje te zijn. Hij was erg beschermend ingesteld. Het hielp vast ook niet dat zij net zijn beste vriend had gedumpt.
Zoiets meende ik later tenminste op te vangen, op dat moment konden we allemaal niet zo helder nadenken. Het geluid van de Garda-wagen drong zelfs maar vaag door. De politie patrouilleerde ’s nachts standaard in Temple Bar en ze bleken weer een perfect gevoel voor timing te hebben

Dat was een paar uur geleden. Liam zit nog vast, ik heb de nodige verklaringen afgelegd. Catherine is naar het ziekenhuis, haar broertje opzoeken op de intensive care. Normaal zouden Liam en ik nu langs de Liffey naar huis lopen, strompelen eigenlijk, maar wel voldaan. Misschien zongen we dronken een lied. We zouden bewusteloos in elkaars armen op de bank neerploffen, of op bed.
Waarom kon die jongen ook niet gewoon kiezen?

=======================================

©Arnout Couperus, April 17, 2010 in Nederlandse verhalen | No Comments » Tweet This Post

Er was eens een beroemde dichter met een ellendig leven. Hij grossierde in kommer en kwel en belegde daar met veel succes zijn boterham mee.
Tot hij op een dag zijn muze ontmoette.
En ze leefden nog lang en gelukkig, en arm.

=======================================

©Anneke Klein, April 10, 2010 in Nederlandse verhalen, piepklein liefdesverhaal | 4 Comments » Tweet This Post

Ik heb je lief.
Ik heb je, lief.

=======================================

©Irene van Dalen, April 10, 2010 in Nederlandse verhalen, piepklein liefdesverhaal | No Comments » Tweet This Post

Het is de ijssalon op de Parelpromenade. Een meisje en haar chaperonne zitten aan een tafeltje. Een knappe jongeman zit bij het raam. Zijn kleding verraad geld, het hare schreeuwt adel. Hij slaat zijn waaier open, tilt een wenkbrauw op. Zij heft haar waaier voor haar gezicht, slaat hem met een zweepslag open. Haar ogen bewegen naar haar chaperonne en weer terug. Hij vouwt zijn waaier een kwart, onthult een glimlach. Zij spiegelt hem. Zijn blik is eigenwijs, verleidelijk. Ze laat haar ogen zakken, opent haar waaier weer. Werd haar glimlach net iets breder? Ogen glinsteren, liefde achter waaiers.

=======================================

©Arnout Couperus, April 10, 2010 in Nederlandse verhalen, piepklein liefdesverhaal | 1 Comment » Tweet This Post

“Bruidspaar, familie, vrienden, hartelijk welkom.

We zijn hier bij elkaar om een bijzondere gebeurtenis te vieren. Bruidspaar, jullie zijn hier vandaag gekomen om jullie liefde voor elkaar voor God en gemeente te bevestigen. Een speciale dag voor jullie en een unieke dag voor onze kerk. Het is immers de eerste keer dat op deze plaats de bruidegom op het huwelijk ontbreekt.

Wat zien jullie er bijzonder uit. Cora draagt een sarong die, zo is mij verteld, op originele Oost-Indische wijze is gebatikt. En Jos draagt voor de gelegenheid een keurig kostuum. De kleren maken de man, zou je haast zeggen.

Cora, jij hebt ervoor gekozen om de naam van Jos aan te nemen, terwijl Jos haar eigen naam behoudt. In die keuze zijn jullie vrij, maar het zegt ook iets over jullie. Ook in figuurlijke zin heb je de broek aan, Jos.

In onze gemeente hebben we Jos en Cora als heel betrokken mensen leren kennen. Cora, die altijd klaar staat met de koffie, de thee en een koekje. En Jos met haar theologiestudie. En soms gaat de ambitie zelfs verder en tegenwoordig kan dat allemaal.

Gemeente, ik wil graag van de gelegenheid gebruik maken om mede te delen dat deze huwelijksinzegening mijn laatste zal zijn. Over de reden voor mijn overplaatsing zal ik verder niet uitweiden, maar in ieder geval is een dubbele felicitatie aan het adres van Jos op zijn plaats. Ze zal er, in haar nieuwe functie, wel rekening mee moeten houden dat het dragen van een broek bij kerkelijke ceremonies niet is toegestaan.

En dan is het nu tijd om over te gaan tot de inzegening…”

=======================================

©Arjen Heijboer, March 23, 2010 in Nederlandse verhalen | No Comments » Tweet This Post

Hij was er ineens. We wisten niet precies waar hij vandaan kwam maar met zijn witte kuif en zijn opvallende stem was hij al gauw niet meer weg te denken.

De een vond hem maar een schreeuwlelijk maar de ander liep meteen met hem weg, en zo kreeg hij uiteindelijk zijn plaats in de kamer.

“Opsodemieteren”, riep hij, of: “Schandalig”, en met dat taalgebruik veroorzaakte hij zowel grote hilariteit als verontwaardiging. Hij wist in ieder geval altijd de aandacht op zich te vestigen.

Maar na een tijdje realiseerden we ons dat zijn repertoire wel erg beperkt was. Overal schijt aan, dat wel, maar verder voerde hij eigenlijk niets uit.

Al met al werd de sfeer er niet beter op. We moesten vreselijk op onze woorden letten want voor je het wist ging hij ermee aan de haal. Zo riep ik een keer tegen mijn kinderen dat ze de TV moesten uitzetten. Dat hebben we geweten. We beseften dat we niet meer vrij waren om te zeggen wat we wilden.

We hebben hem uiteindelijk naar een opvangcentrum gebracht. Nooit eerder was hij zo tekeer gegaan als toen. De hele reis terug klonk zijn schrille stem nog na in onze oren: “Uitzetten!” “Uitzetten!”

Thuisgekomen hebben we eerst de stront opgeruimd, en daarna hebben we een tijd lang zitten genieten van de stilte. We hadden ons lesje geleerd: voor ons nooit meer een kaketoe.

=======================================

©Arjen Heijboer, March 18, 2010 in Nederlandse verhalen | 1 Comment » Tweet This Post

Sinds Yuri verslaafd is, heeft de iPhone een extra functie. Op ‘t scherm kun je heel handig lijntjes maken. Binnenkort als app verkrijgbaar?

=======================================

©Lucas Bezembinder, March 16, 2010 in Nederlandse verhalen, twitterverhaal | No Comments » Tweet This Post

Hij is taalpurist pur sang. Joris probeerde het woord ‘schwung’ in goed Nederlands te vertalen. Zwierefluiten vond hij wel een mooie vondst.

=======================================

©Lucas Bezembinder, March 16, 2010 in Nederlandse verhalen, twitterverhaal | No Comments » Tweet This Post

Denkend aan Holland loopt Karel over Pinta. De zon staat bijna recht boven z’n hoofd. Hij koopt ‘n roos. “Liefs van Emma,” fluistert de man.

=======================================

©Lucas Bezembinder, March 16, 2010 in Nederlandse verhalen, twitterverhaal | No Comments » Tweet This Post
Get Adobe Flash playerPlugin by wpburn.com wordpress themes